Het ontstaan van de noordhollander
De Noordhollander is eigenlijk bij toeval ontstaan. In 1975 kochten enkele fokkers uit Noordholland, Finse rammen op van het IVO in Zeist. Het IVO gebruikte Finse rammen voor de ontwikkeling van de huidige Flevolander (een kruising tussen Ile de France en Fins Landschaap). De Noordhollandse fokkers lieten hun Texelse ooien paren met die Finse rammen. Ook werden de gekruiste nakomelingen onderling gepaard. De Noordhollander bestaat dus voor 50 procent uit Fins en voor 50 procent uit Texels bloed. Vandaar dat nu nog steeds een zuivere noordhollander een 50%er wordt genoemd. Soms erg verwarrend en er wordt aan gewerkt om dat te veranderen.
De Noordhollander nu.
De zuivere noordhollander heeft dus 50% texelaars bloed en 50% fins bloed. Toch leverde dat soms lammeren die teveel op de fin leken qua bevleesheid. Daarom zijn er verschillende fokkers die noordhollanders gingen fokken met 56,25% of 62,5% texels bloed. De vruchbaarheid ging daarmee niet echt naar beneden maar de bevleesdheid nam wel toe.
Alle dieren tot 75% texels bloed worden noordhollanders genoemd. Let dus op als u dieren koopt hoeveel procent texels bloed het dier heeft.